Aan mijn geŽerde Broeder

JOSEPH MARIA PUNT

Bisschop van Haarlem


  1. De kerk in het bisdom Haarlem maakt zich op om op plechtige wijze de vijfhonderd jaar te gedenken vanaf het begin van de openbare verering van wat in de geschiedenis bekend staat als "het wonder van Amsterdam". Sinds 1504, het jaar waarin de openbare verering werd goedgekeurd, viert het gelovige volk de gedachtenis met bijzondere vroomheid. Nu, in het jaar van het vijfde eeuwfeest, voel ik het levendige verlangen om geestelijk met deze diocesane gemeenschap verbonden te zijn om een intens moment van geloof en gebed te delen, welke zij met de gehele Kerk in Nederland beleeft, en om het geheim van het Allerheiligst Sacrament te beschouwen.
    Met deze gevoelens richt ik mij tot u en tot de andere bisschoppen, en ook tot de priesters en alle gelovigen van uw land, waarbij ik aan ieder met genegenheid een speciale groet zend.


  2. Ecclesia de Eucharistia: ik heb deze titel willen geven aan de recente encycliek, waarin ik de gelovigen heb aangespoord om met hernieuwde verwondering de blik en het hart te richten naar het eucharisische Gelaat van Christus, die in het Sacrament van Zijn Lichaam en Bloed ons het levend gedenkteken van Zijn Paasmysterie heeft nagelaten.
    "De bron van het leven van de Kerk is Christus in de Eucharistie; door Hem wordt zij gevoed en door Hem wordt zij verlicht" (Ecclesia de Euchristia, 6). Deze eeuwige waarheid moet voortdurend worden bevestigd, in gebed overdacht worden, en in het pastorale handelen worden vertaald, in het licht van de leer van het Tweede Vaticaans Concilie. De Eucharistie is de bron van authentiek christelijk leven en vurige naastenliefde. Het is het Brood des Levens dat niet ophoudt om het Volk Gods op haar weg in de wereld te voeden. Het is de steun van de pelgrims op weg naar de hemel, het geheim van de heiligen die uit de Eucharistie de noodzakelijke kracht putten voor hun dagelijkse dienst aan de Kerk. In het hart van hun leven is Christus aanwezig, die onophoudelijk in het eucharistische geheim wordt aanbeden.


  3. De Eucharistie, mysterium fidei ! Ook heden ten dage is het nodig het geloof in het eucharistisch geheim te vernieuwen, zoals het geopenbaard is in de Heilige Schrift en ontvangen door de Traditie van de Kerk: de Eucharistie is het ware offer en het ware feestmaal, waarin het Lam Gods, geofferd en verrezen, Zijn verlossend offer tegenwoordig stelt, het is tegelijkertijd de hemelse spijze dat de intieme vereniging van de gelovigen met Christus, en van de gelovigen onder elkaar, versterkt. Het is op deze manier dat de Eucharistie de Kerk opbouwt, en bron en hoogtepunt van haar evangeliserende zending wordt.

    Het bijzondere eucharistische wonder van Amsterdam helpt om de verwondering voor de gave van deze werkelijke en blijvende aanwezigheid van Christus in de Euchraistie opnieuw te wekken. Het geloof in deze aanwezigheid komt ook tot uitdrukking in de aanbidding buiten de Mis. "Nauw verbonden met de viering van het Eucharistisch Offer" (Ecclesia de Eucharistia, 25). Deze vrome praktij moet "geestelijk contact, stille aanbidding, in oprechte liefde voor Christus" worden, opdat de christenen en hun geloofsgemeenschappen zich werkelijk kunnen onderscheiden door de "kunst van het bidden" (ibidem). In deze geest worden ook de eucharistische processies authentieke getuigenissen van het geloof van het volk dat Christus volgt als herder en gids. Bovendien bidden de christenen voortdurend en met aandrang, overtuigd als zij zijn van de noodzaak zich te voeden met het Brood des Levens, opdat het nooit ontbreekt aan heilige dienaren van het altaar die bereid zijn om aan allen het voorbeeld te geven van een leven dat geheel en al met vreugde wordt geschonken aan God en de naaste.


  4. "De Eucharistie schept gemeenschap en doet gemeenschap groeien" (ibidem, 40). De volledige en volmaakte eenheid van alle leerlingen kan alleen maar komen van de Eucharistie, echter niet door middel van gemakkelijke en kortzichtige sluipwegen, maar door het brandende verlangen, gevoed door het gebed en het geestdrift zoeken naar de eenheid, waarbij men in nederigheid de bede van Christus aan het Laatste Avondmaal aanhoort: "opdat zij ťťn mogen zijn" (ibidem, 44).

    Op deze inspannende weg moge Maria ons leiden en begeleiden, de "Eucharistische Vrouwe", in wier school wij ons nederig scharen. Ik roep haar voorspraak in, opdat de viering van dit vijfde eeuwfeest een authentieke ervaring van geloof en liefde moge zijn, die de gehele kerkgemeenschap, zoals de Maagd Maria, steeds meer beschikbaar maakt, om het eigen fiat voor Gods aanschijn te herhalen, en het Magnificat aan te heffen om God te loven en dank te zeggen, lof dat vertaald wordt in concrete daden van naastenliefde.

    Ik verenig mij graag met het vurige gebed van de diocesane geloofsgemeenschap, terwijl ik mij een pelgrim van hoop en vrede voel in de straten van uw stad, in nederige beschouwing van Christus, die aanwezig is in het Allerheiligst Sacrament. Ik bid Hem om licht en kracht voor de weg die de Kerk in Haarlem, in Nederland en in de gehele wereld moet gaan, en van harte verleen ik aan u, geŽerde Broeder, en aan de gelovigen die aan uw pastorale zorgen zijn toevertrouwd, een speciale Apostolische Zegen.



  5. Vaticaanstad, 10 maart 2004

    Johannes Paulus II